woensdag 29 september 2010

Artiesten- en beroepssportersregeling bij buitenlandse gezelschappen in strijd met EU-recht?

De Hoge Raad heeft onlangs aan het Europese Hof van Justitie zogeheten prejudiciële vragen gesteld over de verenigbaarheid met het EU-recht van de Nederlandse artiesten- en beroepssportersregeling (ABSR) bij toepassing bij buitenlandse gezelschappen.

Het gaat daarbij om de vraag of de ABSR een verboden beperking is van het vrije verkeer van diensten zoals bedoeld in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en met name voor de jaren tot en met 2006. De procedure betrof een Nederlandse betaaldvoetbalorganisatie (BVO) die in 2002 en 2004 contracten had afgesloten met een Engelse BVO voor het spelen van vriendschappelijke wedstrijden in Nederland met een Engelse voetbalclub. De Nederlandse BVO betaalde een gage aan de Engelse BVO en had daarop geen loonbelasting en premies volksverzekeringen ingehouden, terwijl de Wet op de loonbelasting dat wel voorschrijft. Ingeval het Europese Hof tot strijdigheid zou concluderen, stelde de Hoge Raad nog enige aanvullende prejudiciële vragen over omstandigheden die bij dat oordeel van belang zouden kunnen zijn. We houden u van het vervolg op de hoogte.

Bron