woensdag 5 januari 2011

Zorgvuldig is binnen drie maanden

Hoewel er voor de inspecteur geen wettelijke verplichting noch beleid bestaat om binnen een bepaalde termijn te beslissen op een verzoek om een voorlopige aanslag op te leggen, vindt de Hoge Raad een termijn van drie maanden redelijk. Ook kan over die periode van drie maanden heffingsrente in rekening worden gebracht.


In verband met een op 1 juni 2007 bij verkoop van een kantoorpand behaalde winst van € 362.566, verzoekt de verkoopster op 12 juli 2007 aan de Belastingdienst om een voorlopige aanslag IB 2007 op te leggen. Ondanks haar herhaaldelijke verzoek om met spoed een aanslag op te leggen, ontvangt de vrouw de gevraagde voorlopige aanslag met als dagtekening 27 december 2007. Daarbij is heffingsrente in rekening gebracht over het tijdvak 1 juli 2007 tot en met 27 december 2007. Na bezwaar wordt de periode waarover heffingsrente wordt berekend ingekort van 1 juli 2007 tot en met 12 oktober 2007 (drie maanden na indiening van het verzoek).

Hof Den Bosch vindt die periode te lang en vindt dat heffingsrente moet worden berekend over een periode van 1 juli tot 15 augustus 2007. Volgens het hof is de inspecteur zo weinig voortvarend te werk gegaan dat hij in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel heeft gehandeld.


De staatsecretaris is het niet met deze uitspraak eens en stapt naar de Hoge Raad. Volgens de Hoge Raad moet voorop worden gesteld dat bij aanslagbelastingen op grond van een wettelijke regeling heffingsrente verschuldigd is over een tijdvak dat loopt tot en met de dag van de dagtekening van het aanslagbiljet. Op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel kan de inspecteur echter niet in alle gevallen de wettelijk verschuldigde heffingsrente volledig in rekening brengen. Voor de inspecteur bestaat er noch beleid noch een wettelijke verplichting die hem verplicht om binnen drie maanden nadat een belastingplichtige aangifte heeft gedaan of om het opleggen van een aanslag heeft verzocht een aanslag op te leggen. De Hoge Raad vindt een termijn van drie maanden voor het opleggen van een (voorlopige) aanslag redelijk. Het zorgvuldigheidsbeginsel staat niet in de weg aan berekening van de wettelijk verschuldigde heffingrente over die periode van drie maanden. Daarbij is niet van belang dat het om een omvangrijk bedrag aan belasting gaat en dat de belastingplichtige bij herhaling heeft verzocht om op korte termijn een voorlopige aanslag op te leggen.

Lees hier de uitspraak.

Bron