donderdag 10 februari 2011

Kort werken in buitenland in verdrukking

Wie in één belastingjaar korter dan 183 dagen in een ander land werkt, hoeft in het werkland geen belasting te betalen. Deze internationale regel moet onder meer handelsverkeer en economische groei bevorderen. Recente internationale rechtsontwikkelingen zorgen echter voor fiscale obstakels. Daarmee is de 183 dagenregeling in veel gevallen een loze bepaling. Dat is een kwalijke zaak die in internationale context snel moet worden opgelost.

De belangrijkste voorwaarde die aan de 183 dagenregeling wordt gesteld, is dat de werknemer niet in dienst mag zijn van een werkgever in het werkland. Dit lijkt geen probleem aangezien een arbeidscontract meestal met de organisatie in het woonland is gesloten. Interpretatie van het begrip werkgever geeft nu problemen.

Waar gaat het mis? De werknemer zal in het werkland veelal werkzaamheden verrichten die ten goede komen aan de groepsentiteit in het werkland. Denk bijvoorbeeld aan de Nederlandse IT-manager die de buitenlandse organisatie tijdelijk bijstaat bij het implementeren van een nieuw systeem. De Nederlandse thuisorganisatie zal in de regel een factuur sturen voor deze ondersteuning.

Steeds meer landen beschouwen bij doorbelasten van salariskosten de buitenlandse groepsvennootschap als materiële werkgever. Dus kan al vanaf de eerste werkdag een belastingplicht ontstaan in het werkland. Ook Nederlands hoogste rechter heeft een meer materiële benadering voorgeschreven in de interpretatie van het begrip werkgever.

Internationaal opererende bedrijven zijn niet blij met deze ontwikkeling. Belasting- en administratieve verplichtingen zullen ontstaan voor werknemer en/of werkgever in meerdere landen. Bovendien moeten lastige arbeidsvoorwaardelijke afspraken worden gemaakt met de werknemer over de veranderende belastingdruk. Dit steekt des te meer nu uit onderzoek blijkt dat bedrijven vaker kiezen voor kortdurende uitzendingen.

De Europese Commissie heeft aangekondigd de meest ernstige fiscale obstakels voor EU-burgers in grensoverschrijdende situaties aan te willen pakken. Ten onrechte staat de 183 dagenregeling niet op de lijst van aandachtspunten.

Maatregelen van de Nederlandse overheid begin 2010 ten spijt, is slechts een echte oplossing mogelijk indien alle landen vergelijkbare stappen nemen. De Oeso heeft tot doel de bevordering van economische groei, onder andere door het internationale handelsverkeer te stimuleren. Die organisatie is dus de uitgelezen instantie om stappen in deze richting te nemen.

Aantekening Tysma|Lems: Lees hier het Besluit van 12 januari 2010, DGB2010/267M.

Bron