woensdag 9 maart 2011

Geen keuze voor fiscaal partnerschap leidt tot beperktere aftrek hypotheekrente na beëindiging samenwoning

Het geschil betreft het antwoord op de volgende vragen:

1. Heeft belanghebbende recht op aftrek van de volledige hypotheekrente (belanghebbende) of op de helft (Inspecteur)?

2. Moet de aftrek van de hypotheekrente worden berekend naar (de helft van) het door de Rechtbank in haar uitspraak in onderdeel 2.3 en 2.5 genoemde totaalbedrag van € 11.946 (belanghebbende), of naar (de helft van) het feitelijk in 2003 door de ex-partners betaalde bedrag van € 9.585 (Inspecteur)?

3. Heeft de Inspecteur toegezegd dat belanghebbende alsnog de volledige renteaftrek zou krijgen als er in de hypotheekakte zou staan dat zij alleen gebonden - aansprakelijk - was (belanghebbende)?

4. Is belanghebbende geschaad in haar rechtspositie, omdat de Inspecteur eerst ter zitting van de Rechtbank een kopie heeft overgelegd van het door haar en haar ex-partner ondertekende verzoek om voorlopige teruggaaf (belanghebbende)?

5. Moet de Inspecteur belanghebbende eveneens de andere helft van de hypotheekrente in aftrek toestaan, omdat de belastingdienst een systeem in het leven geroepen heeft waarbij het mogelijk is dat belanghebbende de helft van de hypotheekrente in aftrek brengt, terwijl de ex-partner van belanghebbende de gehele hypotheekrente in aftrek brengt (belanghebbende)?

6. Moet het gedeelte van de hypotheekrente dat belanghebbende niet in aftrek mag brengen, worden beschouwd als aan de ex-partner betaalde alimentatie die op het inkomen van belanghebbende in aftrek kan worden gebracht (belanghebbende)?

Bron