maandag 14 maart 2011

Pensioen Thais ingezetene heeft mede betrekking op vóór de privatisering uitgeoefende werkzaamheden

Pensioen, verkregen door inwoner van Thailand, toegekend na privatisering Rijksuniversiteit, heeft mede betrekking op vóór de privatisering uitgeoefende werkzaamheden. Krachtens artikel 19 van het Verdrag met Thailand komt de belastingheffing over dit deel toe aan Nederland.

Vaststaat dat de Rijksuniversiteit [X] in 1992 is geprivatiseerd. Op grond van artikel 1.8, tweede lid van de WHW, kwalificeert de [rijksuniversiteit] ook na privatisering nog altijd als een publiekrechtelijke instelling. Op grond van artikel 4.5, vierde lid van de WHW geldt de dienstbetrekking ook na de privatisering als niet zijnde een privaatrechtelijke dienstbetrekking. Desondanks komt door de privatisering wel een einde aan het bewijzen van diensten in de uitoefening van overheidsfuncties (in gelijke zin HR 5 december 2008, nr. 43722, BNB 2009/199). Anders dan de inspecteur van mening is, kwalificeert de [rijksuniversiteit] overigens niet als een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam.

Gelet op hetgeen in 2.2 en 2.3 is overwogen, dient de stelling van belanghebbende dat het recht op de (FPU)-pensioenuitkering volledig is opgebouwd in private dienstbetrekking te worden verworpen. Het feit dat de FPU-regeling eerst in het leven is geroepen in 1997, neemt niet weg dat deze gedeeltelijk betrekking heeft op de dienstjaren verricht vóór 1992 in overheidsdienst. Anders dan belanghebbende verdedigt, heeft de door hem genoten uitkering dus mede betrekking op de jaren 1968 tot en met 1992, aangezien niet aannemelijk is dat hij gedurende die periode geen pensioen zou hebben opgebouwd.

Vertaald naar het verdrag met Thailand betekent het voorgaande dat belanghebbende van 1968 tot en met 1992 pensioen heeft opgebouwd in overheidsdienst, hetgeen tot gevolg heeft dat de inspecteur op grond van artikel 19 van het Verdrag 24/34e deel van de (FPU-)pensioenuitkering in de grondslag van de Nederlandse belastingheffing mag betrekken (in gelijke zin HR 23 november 1994, nr. 29935, BNB 1995/117 en HR 5 december 2008, nr. 43722, BNB 2009/199). Het heffingsrecht voor de overige 10/34e deel is op grond van artikel 18 van het Verdrag toegewezen aan Thailand. Dientengevolge dient over 10/34e deel van € 25.727 of € 7.567 belastingheffing in Nederland achterwege te blijven. Het belastbaar inkomen uit werk en woning bedraagt derhalve € 25.727 min € 7.567 of € 18.160. Gelet op het vorenoverwogene is het beroep gegrond verklaard.

Bron