zondag 15 mei 2011

Toepassing tarief inkomstenbelasting voortvloeiende uit Goedkeuringswet bij Verdrag met België

Nu de tekst van de Goedkeuringswet en de toelichting bij het amendement dat tot die tekst heeft geleid, beide uitgaan van een tarief van maximaal 25% over de betreffende inkomsten waarbij zoveel mogelijk het marginale tarief het uitgangspunt is, dient de te betalen inkomstenbelasting ingevolge artikel 3, eerste lid van de Goedkeuringswet gesteld te worden op ten hoogste 25% van € 56.482. Dit komt overeen met € 14.120.

Aangezien de volgens de aanslag te betalen inkomstenbelasting € 13.025 bedraagt, heeft de inspecteur de aanslag terecht vastgesteld op dit lagere bedrag. Al doende bedraagt de totale inkomstenbelasting over dat inkomensbestanddeel immers niet meer dan 25% daarvan. Belanghebbendes stelling dat toepassing van genoemd artikel 3 betekent dat alle marginale tarieven ten hoogste 25% mogen bedragen wordt verworpen nu die stelling berust op een onjuiste lezing van genoemd artikel.