vrijdag 1 juli 2011

Binnen 3 maanden na indienen aangifte een voorlopige aanslag

Gelet op het voorgaande moet de Inspecteur in staat worden geacht om binnen drie maanden na het indienen van de aangifte in ieder geval een voorlopige aanslag op te leggen. Behoudens bijzondere omstandigheden moet het er dan voor gehouden worden dat de redelijke termijn voor het opleggen van een aanslag overschreden is, wanneer de Inspecteur niet in overeenstemming met dit beleid heeft gehandeld.

Nu de staatssecretaris bij beleidsregel te kennen heeft gegeven dat binnen drie maanden na de indiening van de aangifte een voorlopige aanslag zal worden opgelegd (zie 4.19), brengt de regeling van art. 6:2 Awb met zich dat een belanghebbende na het verstrijken van die termijn in rechte oplegging moet kunnen vorderen van een dergelijke aanslag (die, sedert 2010 met inachtneming van de regeling van art. 9.5 Wet IB 2001, eveneens voor bezwaar en beroep vatbaar is).