donderdag 11 augustus 2011

Inhoudingsplichtige voor de loonheffng

Belanghebbende stelt dat er geen sprake is van inhoudingsplicht omdat zowel de werkgever als de werknemers niet in Nederland woonachtig zijn. Bovendien is volgens belanghebbende geen sprake van uitzendwerkzaamheden. De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van inhoudingsplicht op grond van artikel 6, lid 3, aanhef en onderdeel b van de Wet op de loonbelasting (vaste inrichting op basis van uitzendwerkzaamheden) en komt niet toe aan het beoordelen van de woonplaats van belanghebbende. Nu belanghebbende geen loonadministratie heeft bijgehouden is er sprake van omkering van de bewijslast. Belanghebbende heeft niet aangetoond dat de opgelegde naheffingsaanslag onjuist is. De inspecteur heeft een redelijke schatting gemaakt.

Ook een niet in Nederland gevestigde onderneming met in het buitenland woonachtige werknemers kan onder omstandigheden in Nederland inhoudingsplichtig zijn voor de loonbelasting en sociale verzekeringen. Dat is onder meer het geval als sprake is van een zogeheten vaste inrichting van waaruit de werknemers in Nederland werkzaamheden verrichten. Tot een vaste inrichting behoren niet alleen een echte vaste inrichting zoals een filiaal, kantoor, fabriek of werkplaats die voor de uitgeoefende bedrijfsactiviteiten een wezenlijke functie vervult, maar ook meer abstracte vaste inrichtingen. De Wet op loonbelasting bevat namelijk een wetsbepaling die het begrip vaste inrichting een ruimer toepassingsbereik geeft. Zo vallen hieronder ook in het buitenland gevestigde uitzendbureaus die geen echte vaste inrichting in Nederland hebben, maar wel op de Nederlandse arbeidsmarkt actief zijn met het ter beschikking stellen van uitzendkrachten. Of in een concrete situatie sprake is van inhoudingsplicht hangt af van de feiten en omstandigheden van het betreffende geval.