zaterdag 3 september 2011

Niet in Nederland wonen maar wel in Nederland gelegen onroerende zaak

Belanghebbende beschikte weliswaar over een woning in Nederland (welke ook als postadres door haar werd gebruikt), had bankrekeningen bij een Nederlandse bank, beschikte over een auto in Nederland en ontving voor de woning nota’s voor electriciteit en gas, maar dat is, bijeen genomen, van onvoldoende gewicht om te concluderen dat zij in Nederland woonde. Het de door belanghebbende in hoger beroep gestelde verblijf van meer dan 180 dagen per jaar in Nederland vindt geen feitelijke grondslag in de gedingstukken en acht het Hof ook overigens niet aannemelijk geworden.

Dat belanghebbende de woning in Nederland gebruikte als zij in Nederland was, dat zij regelmatig in Nederland was en dat als zij hier te lande verbleef deelnam aan het sociale en maatschappelijke verkeer in Nederland acht het Hof aannemelijk maar maakt de conclusie niet anders. Daarbij neemt het Hof in aanmerking dat belanghebbende in [...] in dienst was bij haar onderneming, aldaar over een huurwoning beschikte, en voor de Belastingdienst een adres in [...] als feitelijk woonadres had geregistreerd. Niet of onvoldoende valt in te zien dat belanghebbende een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland had. Aldus woonde belanghebbende het onderhavige jaar niet in Nederland.