woensdag 23 november 2011

Ontvankelijkheid bezwaar

Eiser woont tot november 2002 in Nederland, vervolgens in Groot Brittannië en vanaf 6 juli 2007 weer in Nederland. Met dagtekening 25 juli 2005 legt verweerder hem een ambtshalve vastgestelde aanslag IB 2002 op. Het aanslagbiljet wordt gestuurd naar een eerder door eiser opgegeven adres in Groot Brittannië.

Eiser maakt op 8 oktober 2010 bezwaar tegen de aanslag. Verweerder verklaart het bezwaar wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk. De rechtbank overweegt dat bekendmaking van een aanslag plaatsvindt door toezending of uitreiking van het aanslagbiljet. De rechtbank is van oordeel dat de aanslag niet op de juiste wijze is bekendgemaakt. Het niet doorgeven van zijn adreswijzigingen binnen Groot Brittannië kan eiser niet worden verweten.

Eiser heeft voldoende gemotiveerd gesteld dat hij ervan uitging dat hij in 2002 niet meer onderworpen was aan de Nederlandse belastingheffing. De bezwaartermijn is daarom niet aangevangen. Het bezwaar is ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank wijst de zaak terug naar verweerder om het bezwaar opnieuw en in volle omvang te behandelen.