De omstandigheden genoemd onder 3.8, 3.9 en 3.10 doen aan het oordeel van het Hof niet af, noch belanghebbendes stelling dat het elektriciteits- en waterverbruik in zijn woning in [Z] dat van twee personen was. Laatstbedoelde omstandigheden wijzen noch op zichzelf noch in onderlinge samenhang bezien eenduidig erop dat belanghebbende in de jaren voorafgaand aan 2002 voor fiscale doeleinden niet in Nederland woonde.
▼
maandag 9 april 2012
Belgisch zelfstandig binnenschipper inwoner van Nederland
Waar iemand woont, wordt naar de omstandigheden beoordeeld (artikel 4, eerste lid, van de Awr). Voor de jaren voorgaand aan 2002 is het Hof van oordeel dat de inschrijving van belanghebbende op diverse adressen in Nederland (3.7) niet van belang is, nu het slechts om administratieve adressen gaat. Op grond van de feiten genoemd onder 3.2, 3.3, 3.5, 3.6, 3.11, 3.12, 3.13 en 3.14, alsmede op grond van de overweging van de rechtbank in rechtsoverweging 2.3.7, die het Hof tot de zijne maakt, is het Hof van oordeel dat belanghebbende in die jaren in Nederland woont voor de toepassing van de Awr. De latere verklaringen van belanghebbende als bedoeld onder 3.4, komen het Hof niet geloofwaardig voor, mede in het licht van de gedurende de desbetreffende jaren door belanghebbende afgegeven andersluidende verklaringen.