dinsdag 8 mei 2012

Prejudiciële Hofzaak C-126/12 Brück

Verzoeker woont met vrouw en twee dochters in DUI. Beide echtgenoten werken in Zwitserland. Verzoeker ontvangt gezinsbijslag in DUI, maar de uitbetalende instantie (verweerster) stopt met uitkeren en vordert zo’n € 5.500 terug wanneer zij tot de ontdekking komt dat het gezin ook een Zwitserse bijdrage ontvangt. Verweerster baseert zich op Vo. 1408/71 (zoals gewijzigd bij de Vo. 118/97 en 647/2005).

Verzoekers bezwaar tegen de beslissing wordt afgewezen en ook het daaropvolgende beroep slaagt niet. Verzoeker vraagt daarin om toekenning van het verschil tussen de bijdragen (CHF 190 tegenover € 154) omdat naar zijn mening ZWI volgens de Overeenkomst EG/ZWI vrij verkeer moet worden behandeld als een lidstaat van de EU.

De verwijzende Duitse rechter (Bundesfinanzhof) roept zijn vaste rechtspraak (na arrest Bosmann) in herinnering dat indien een persoon aan de wettelijke bepalingen van een andere lidstaat onderworpen is hij geen recht op DUI gezinsbijslag heeft (het exclusiviteitsbeginsel van artikel 13 van Vo. 1408/71). Om in deze zaak uitspraak te kunnen doen moet hij toch het HvJEU een nadere vraag stellen over de interpretatie van het arrest Bosmann: “Moet artikel 13, leden 1 en 2, sub a, van verordening nr. 1408/71 aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen toekenning van (het verschil in) gezinsbijslag door de woonstaat, wanneer een gerechtigde op Duitse gezinsbijslag – evenals de andere ouder – in Zwitserland als grensarbeider in loondienst is en aldaar gezinsbijslag voor zijn in de woonstaat wonende kinderen ontvangt die geringer is dan de in de woonstaat toegekende gezinsbijslag?”