Het Hof neemt daarbij in aanmerking dat belanghebbende in 2007 16 jaar oud was en nog geen andere algemeen vormende middelbare schoolopleiding heeft afgerond, dat zij – naar de gemachtigde ter zitting van het Hof heeft verklaard – deze opleiding volgde omdat haar moeder tot de conclusie was gekomen dat de aanvankelijk door belanghebbende gevolgde middelbare schoolopleiding voor haar niet deugdelijk was, dat de uitgaven betrekking hebben op het jaar 4-VWO, en – naar de gemachtigde eveneens ter zitting van het Hof heeft verklaard – bij belanghebbende op dat moment nog in het geheel geen plannen bestonden voor een mogelijke vervolgopleiding. Dat, zoals belanghebbende stelt, het primaire doel van het volgen van een VWO-opleiding geen andere kan zijn dan zich te verzekeren van een goede positie op de arbeidsmarkt, waaruit – zo begrijpt het Hof de stelling van belanghebbende – volgens belanghebbende op zichzelf reeds het oogmerk van verwerven van inkomen uit werk en woning voortvloeit, acht het Hof – zo al juist – in een te ver verwijderd verband staan met het verwerven van inkomen uit werk en woning om reeds op die grond bedoeld oogmerk aanwezig te achten.