donderdag 21 juni 2012

Verhoging heffingskorting niet-premieplichtige

Omdat van belanghebbende geen premies volksverzekeringen worden geheven kan zij deze verhoging evenwel niet effectueren. Voor dat geval is in artikel 8.9a, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 bepaald dat de heffingskorting voor de inkomstenbelasting wordt verhoogd. Op grond van het tweede lid van artikel 8.9a van de Wet IB wordt de omvang van deze verhoging bepaald.

Anders dan de inspecteur meent, biedt de tekst van deze bepaling naar het oordeel van de rechtbank niet de mogelijkheid om rekening te houden met een bedrag aan premie volksverzekeringen. De rechtbank acht daarvoor het volgende redengevend.

Belanghebbende is geen premie volksverzekering ingevolge de Wet financiering volksverzekeringen of de wetten betreffende de volksverzekeringen verschuldigd. De bovenvermelde wettelijke tekst biedt geen aanwijzing dat voor de berekening van de heffingskortingen rekening kan of moet worden gehouden met een fictief of rekenkundig bedrag aan (verschuldigde) premies volksverzekeringen.

Naast de tekst van de wettelijke bepaling verzet ook de systematiek van de Wet inkomstenbelasting 2001 zich tegen een dergelijke uitleg. In hoofdstuk 8 worden immers de heffingskortingen geregeld en niet de heffing van inkomstenbelasting en/of premie volksverzekeringen. Bij de bestreden aanslag is daarom ten onrechte een bedrag aan premie volksverzekeringen geheven. Het anders luidende standpunt van de inspecteur wordt verworpen.