vrijdag 20 juli 2012

Premieheffing volksverzekeringen van Rijnvarenden

Op grond van hetgeen is bepaald in de charterparty stelt het Hof het volgende vast: [A] heeft het schip met zijn volledige uitrusting en bemanning ter beschikking gesteld aan [D] voor het verrichten van goederenvervoer in het stroomgebied van de Rijn. De variabele kosten, zoals stookolie en havengelden, komen voor rekening van [D]. [A] ontvangt daarvoor van [D] een vaste vergoeding van € 816.870 per jaar (€ 2.238 per dag) ervan uitgaande dat het schip 24 uur per dag ter beschikking staat aan [D]. Ten aanzien van de tijd dat het schip (tijdelijk) uit de vaart is, bijvoorbeeld in het geval van reparaties, wordt [D] gecompenseerd door een tijdsevenredige korting van de aan [A] verschuldigde vergoeding. [A] heeft verder recht op 25 percent van de nettowinst die [D] behaalt met het goederenvervoer.


Op grond van het “Beschäftigungsvertrag”, zoals hierboven gedeeltelijk weergeven in rechtsoverweging 3.5, stelt het Hof verder het volgende vast: [A] heeft haar verplichtingen jegens [D] overgedragen aan [C]. [C] is jegens [A] gehouden tot uitvoering van de charterparty. [C] ontvangt op grond van punt 4 van het Beschäftigungsvertrag van [A] alle van [D] te ontvangen vergoedingen, verminderd met de door [A] als eigenaresse van het schip te dragen kosten van afschrijving en financiering. Voorts heeft [C] een koopoptie op het schip tegen een koopprijs die door partijen op voorhand is bepaald op de stichtingskosten van het schip verminderd met de afschrijving over de periode van de huur van het schip.

Op grond van voornoemde feiten en omstandigheden is het Hof van oordeel dat het goederenvervoer in wezen wordt verricht voor rekening en risico van [C]. [A] geniet weliswaar een vergoeding voor de kosten van afschrijving en financiering van het schip, maar [C] exploiteert het schip en geniet de winst die met het gebruik van het schip in de Rijnvaart wordt behaald en die zij als eigen winst in haar jaarrekening heeft verantwoord. Bovendien heeft de Nederlandse bevoegde autoriteit aan [A] een Rijnvaartverklaring uitgereikt, waarop als exploitant uitsluitend de naam [C] is vermeld. [C] heeft derhalve te gelden als de onderneming waartoe het schip behoort.