De AOW bestaat al ruim een halve eeuw. De Sociale Verzekeringsbank is vanaf het prille begin de uitvoerder van de AOW geweest. Ze verwerkt de aanvragen, geeft voorlichting en keert sinds 1957 aan de nu snel groeiende groep maandelijks het AOW-pensioen uit.
Babyboomers
In 2011 zijn de eerste babyboomers met pensioen gegaan. Dat zorgt voor een versnelde instroom van 190.000 personen in 2010 naar 259.000 in 2011. Bij een ongewijzigde pensioenleeftijd van 65 jaar kent Nederland in 2022 4 miljoen AOW-gerechtigden (zie grafiek 1). Op dit moment verwerkt de SVB maandelijks ruim 20.000 nieuwe aanvragen voor de AOW.
Automatische verwerking
De huidige generatie ouderen blijkt daarbij met de tijd mee te gaan. Meer dan de helft van de nieuwe AOW-aanvragen wordt via e-dienstverlening op MijnSVB.nl ingediend. De SVB verwacht dat dit percentage alleen maar zal toenemen.
Ook de uitvoering van de AOW is grotendeels geautomatiseerd. De SVB beschikt door informatieuitwisseling tegenwoordig over de actuele verzekeringsgegevens van de meeste ingezetenen en werkenden die AOW-rechten opbouwen. Daardoor kunnen burgers op elk moment hun opgebouwde AOW-rechten inzien op MijnSVB.nl en opwww.mijnpensioenoverzicht.nl.
AOW voor vrouwen
De AOW is de eerste brede volksverzekering die in Nederland tot stand is gekomen. Het is bedoeld als een basisouderdomspensioen voor iedereen, ongeacht of je rijk of arm bent. Op 2 januari 1957 kon de heer Bakker uit de Boterdiepstraat in Amsterdam het eerste AOW-pensioen uit handen van minister Suurhoff in ontvangst nemen. Er zouden er dat jaar nog 738.692 volgen.
De AOW is in de afgelopen decennia nauwelijks veranderd. De grootste wijziging vond plaats in 1985, toen ook gehuwde vrouwen recht kregen op een AOW-uitkering. In een keer nam het aantal klanten van de SVB met ruim 420.000 toe. Tot die tijd ging men uit van het kostwinnersmodel en hadden alleen mannen en ongehuwde vrouwen recht op AOW.
Aantal gekorte pensioenen stijgt
Wel is de uitvoering van de AOW ingewikkelder geworden. Migratie sinds de jaren zestig heeft ook zijn effect gehad op het aantal en de hoogte van AOW-uitkeringen. De Sociale Verzekeringsbank keert aan circa 300.000 klanten in het buitenland AOW uit. Deze groep bestaat uit Nederlanders die elders wonen, een grote groep grensarbeiders in België en Duitsland, emigranten naar de VS en Canada en voor het overige remigranten (zie grafiek 2).
Het aantal gekorte pensioenen is daardoor ook flink gestegen. Mensen bouwen immers tussen hun vijftiende en 65e pensioen op. Voor elk jaar dat zij hiervan niet in Nederland hebben gewoond of gewerkt, wordt 2% op de AOW-uitkering ingehouden. Bijna een op de vier aanvragen betreft op dit moment een gekort AOW-pensioen (zie grafiek 3 en 4).
Uitgaven
In 1957 bedroegen de uitgaven voor de AOW-uitkeringen 379 miljoen euro (2,4% van het BBP). In 2011 zal ongeveer 30 miljard euro worden uitgekeerd aan ruim 3 miljoen 65-plussers (5,0% van het BBP). Deze enorme stijging is niet alleen veroorzaakt door het groeiende aantal AOW-ers, maar ook omdat de hoogte van het AOW-pensioen veranderd is. De AOW begon als een bodempensioen. In 1957 ontving een alleenstaande € 32,45 en een echtpaar € 54,- per maand. Van dat bodempensioen konden de bejaarden nauwelijks rondkomen. Na vijf jaar ging de AOW daarom 15% omhoog. In 1965 verliet de politiek het idee van een bodempensioen en werd het AOW-pensioen opgetrokken tot het sociaal minimum. Dat is nog steeds het geval. De uitvoeringskosten zijn tot nog toe altijd laag geweest. Voor elke uitgekeerde euro AOW is minder dan een halve eurocent (0,41 eurocent) nodig om dit mogelijk te maken.